14 november 1966

Met een heuse persconferentie welke in een zaal van Krasnaposky in Amsterdam werd gehouden werd de naam van de nieuwe zender bekend gemaakt.

Uit een onderzoek was naar voren gekomen dat uit een scala van ideeën (o.a. Radio Albatros, Radio Holland etc.) de naam Radio Dolfijn de mensen het meest aansprak.

Wij als toekomstige DJ’s waren daar niet bij betrokken geweest en waren nauwelijks op de hoogte dat ons station op deze wijze gelanceerd werd. Alleen Peter van den Hoven had deze informatie in een enveloppe meegekregen en moest vanaf het schip h.e.e.a. voorlezen en dat viel niet mee zo’n eerste keer.

Dit alles heb ik nog steeds op tape staan en wij hebben deze fragmenten dan ookgeregeld via deze zender laten horen.

Wat ook nieuw voor Nederland was, was dat de DJ’s zelf, zowel de techniek als de presentatie moesten doen. Iets wat overigens een enorm voordeel voor de DJ zelf was want die bepaalde op welke momenten er gesproken werd en wanneer de muziek moest starten of moest opkomen. Daarnaast was het zo dat we niet aan de “Hilversumse” verplichting vastzaten alles van een papiertje af te lezen – nee improviseren, dat was nog een live!

En zo kon het zijn dat er tijdens zware weersomstandigheden (ik maakte geregeld windkracht 10 mee) kreten werden geslaakt alsof het schip zou vergaan. Na een tijdje waren we aan dat alles gewend geraakt en bereidden onszelf vooraf voor op het risico dat de platen en jinglecassettes (8-tracks in mono) van de ene kant van de studio naar de andere kant rolden.

De Noordzee zal ongetwijffeld ook nog vol liggen met vele singletjes uit die tijd welke door de naald van de draaitafels waren verziekt. Op de pickuparm werden tijdens het zware weer bronzen penniestukken gelegd die ervoor moesten zorgen dat de naald niet uit de groef zou lopen. Hoe zwaarder het weer des te meer pennies er op moesten. U begrijpt dat zo’n plaat dat slechts enkele malen kon volhouden en met de uitgelopen krullen werden ze daarna door sommige DJ’s zo de Noordzee ingezeild.

Door de bijzonder slechte ontvangst kwam er al na een paar uur kritiek.

De pers viel over ons heen en al gauw ontstond er ook een roddelperstraject. Jaques Soudan had er, zich niet bewust van het schrale zeemansleven, na een aantal dagen al gauw genoeg van en liet zelfs via de ether al weten dat het hier aan boord niet zo was als dat hij het zich had voorgesteld. Daarnaast maakte hij reclame voor zijn eigen drogisterij in Zwijndrecht. Prompt werd daar in de pers op gereageerd en na 2 weken mocht hij dan ook (zoals de Amerikaanse bazen ook reageerden) op staande voet zijn biezen pakken.

En zo was het dat er al gauw nieuwe DJ’s werden geworven. Pieter van Dijk, tegenwoordig de stem achter vele TV-natuurdocumetaires werd na Soudan als eerstvolgende geworven.

Er werden zelfs DJ wedstrijden georganiseerd om mensen voor dit vak te werven.

En zo zagen we dan ook in korte tijd vele gezichten de revue passeren.

Vele namen ben ik vergeten, doch de goede, en dat waren er maar enkelen, zijn U en mij nog bijgebleven. In die tijd heeft U mogelijk al Lodewijk den Hengst en Ton Droog leren kennen die in de daaropvolgende periode populair werden onder de namen Lex Harding en Tom Collins. Dick Weeda die een stuk schreef in Soundscapes (zie “links”), maar ook Burgemeester Harky (bekend om zijn avantgardistische stijl van programma’s maken) kunt U niet vergeten zijn. Hij maakt tegenwoordig onder zijn eigen naam, Paul van Gelder ook weer deel uit van het presentatieteam van Radio 227 en maakt ook nog programma’s bij de VARA. Waar Peter van den Hoven en Jan van der Geest zijn gebleven weet ik niet, maar misschien dat iemand van U daar nog wel iets van weet.

Ondanks het feit dat de kwaliteit ver te zoeken was werd het station populairder. Veel alternatiefs voor een nederlandstalige muziekzender was er niet, alleen Radio Veronica, doch die was schijnbaar te Nederlands georiënteerd, kon niet ad hoc reageren op nieuws (zij werkten met tapes die op het land werden opgenomen) en het zeemansbestaan op een piratenschip sprak menigeen als avontuurlijk en als jongensdroom aan en daar wilde je als luisteraar dan ook bij zijn of horen. Daarbij kwam dat wij eerder over de nieuwe Engelse platen beschikten dan de collega’s, want onze tender (verbindingsboot met de kust) kwam rechtstreeks uit Engeland waar het in die tijd allemaal stond te gebeuren.

Het gevolg was dat er toch wat reclames binnenliepen. Zo herinner ik me nog de reclames van Gero en Batavus, maar ook die van Pieterman passpiegels. Mijn vader had zich in die tijd ook opgeworpen als free-lance reclameverkoper en het viel dan ook des te meer op dat er veel advertenties uit de omgeving van Dordrecht en Papendrecht kwamen. Ik woonde daar immers in die tijd.